Blogpost

Focus op de mogelijkheden van het collectief

Dinsdag, 20 december 2016 om 18:12
Door Anita Keita
Kwadrant
Sociaal domein
Onderwijs
Professionals in het sociaal domein bewegen zich, net als docenten in het onderwijs, over de lemniscaat, gevisualiseerd en toegelicht in onderstaand kwadrant.  

1. Sociaal domein

In de transformatie van het sociaal domein staat de lemniscaat voor de oneindige beweging tussen het individu en het collectief en tussen mogelijkheden en problemen. Wie goed kijkt ziet dat de lemniscaat zijn zwaartepunt heeft in de collectieve mogelijkheden. De rode pijl geeft de richting van de transformatie weer.


De verzorgingsstaat heeft zich vooral gericht op de problematiek van het individu (het kwadrant linksonder in het model). Voor deze individuele problematiek is een systeem ingericht. Door deze benadering worden te weinig de mogelijkheden van het individu gevonden en wordt voorbijgegaan aan de kracht van het collectief. Je kunt immers niet voor jezelf zorgen, je kunt wel zorgen dat anderen voor je zorgen en omgekeerd.


In de transformatie van het sociaal domein wordt juist gefocust op kracht en wat er nog wél kan. Want juist deze componenten - de mogelijkheden van het individu én het collectief - zijn de bouwstenen voor welbevinden en geluk. Uitgangspunten zijn wederzijdse afhankelijkheid en wederkerigheid. Hier ligt de kracht en de rol van sociaal werk. Sociaal werk richt zich op de mogelijkheden van het collectief en is altijd op zoek naar dat wat mensen gelukkig maakt. In deze beweging nemen zij zoveel mogelijk inwoners en andere professionals mee. 

2. Onderwijs

Hetzelfde geldt voor onderwijs. Onderwijs richt zich sterk op de mogelijkheden van het individuele kind. Bij het streven naar maximale ontplooiing van individueel talent komen bij mij drie vragen op. Waarom willen we zo graag dat kinderen zich heel breed ontwikkelen: dat een alfa kind ook beta vakken doet en andersom. Wat is ons uitgangspunt echt: de mogelijkheden van het kind of de brede ontwikkeling? En waarom beoordelen we in de toetsen die een kind maakt niet de goede antwoorden maar het aantal fouten? Kijken we naar mogelijkheden of toch naar problemen? En tot slot: waarom stellen we de ontwikkeling van het individuele kind centraal als we weten dat de essentie van het bestaan de verbinding met de ander is? Gaat het om de kracht van het individu of van het collectief? In onderwijs wordt burgerschap weer belangrijker. Zoals Martha Nussbaum al schreef in 2011 in een essay voor de Groene: “…kritisch denken en fantasierijk inlevingsvermogen vallen niet te toetsen met behulp van meerkeuzevragen, en de vaardigheden die we nodig hebben voor wereldburgerschap laten zich op dergelijke wijze al evenmin goed toetsen”.