Blogpost

Met onderwijs naar een lerende economie

Maandag, 17 februari 2014 om 01:02
Door Anita Keita
kwaliteit
lerende economie
onderwijs
strategie
strategisch beleid
toekomstproof
WWR
WRR lerende economie De WRR (Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid) publiceerde in februari dit jaar het rapport “Naar een lerende economie”.
Ik las de samenvatting en het hoofdstuk met de aanbevelingen over onderwijs. Daarnaast zijn er aanbevelingen over onderzoek, over sociale zekerheid & arbeidsmarkt en over regio's, governance en intelligence.
In deze blog deel ik de uitspraken en aanbevelingen die ik het meest opvallend vind.

Innoveren is permanent proces

Innoveren is niet langer een kortdurende activiteit van enkele uitvinders, maar een permanent proces van schaven en bijstellen waarbij iedereen betrokken is: werknemers van hoog tot laag, leveranciers en klanten.

Responsiviteit en de bijdrage van onderwijs

Het gaat bij economische groei om het versterken van het verdienvermogen: het vermogen om toekomstige kansen te benutten en toekomstige bedreigingen het hoofd te bieden. Dit vraagt om responsiviteit: de vaardigheid om snel en adequaat in te spelen op nieuwe omstandigheden.
In het onderwijs is een forse kwaliteitsslag nodig. Er moet ingezet worden op talentmanagement en onderwijs moet goed aansluiten op de economie van de toekomst.

Talentmanagement

De structuur van onderwijs is een obstakel voor talentontwikkeling. Het onderwijs vertoont nog veel trekken van een industriële aanpak: leerfabriek i.p.v. inspirerende leeromgeving, vaste tijden en jaarplanningen, lesrooster afgeleid van tijden huisvrouw en zomermaanden vrij om de oogst binnen te halen. Leraren geven nog veelal klassikaal les om de lesstof over te dragen.
De kernopdracht volgens de WRR is onderwijs te transformeren naar een postindustriële opzet. Vertrekpunt zijn de individuele mogelijkheden, het halen van doelstellingen staat centraal. Het stimuleren van creativiteit is een van de belangrijkste vaardigheden die een onderwijsinstelling kan overdragen. Dit vraagt om een individuele benadering,
ICT kan aan deze ontwikkeling veel bijdragen. Andere landen lopen op dit punt ver voor op Nederland. Zo wordt in Zuid-Korea instructiemateriaal gemaakt in de vorm van video’s, serious gaming en spannende oefeningen. Huiswerk wordt in de cloud gemaakt zodat leerkrachten op de hoogte zijn van de vorderingen. Nederland probeert al lang talentmanagement toe te passen. De implementatie is een groot probleem: de valkuil is ‘zoek het zelf maar uit’ onderwijs.

Interactie economie-onderwijs

Het onderwijs moet aansluiten bij de economische structuur van nu én vormgeven aan de structuur van straks. In de economie van de toekomst gaan veranderingen steeds sneller; de rol van transacties in een handelsland als Nederland wordt steeds belangrijker. Dat betekent dat ingezet moet worden op ‘leren leren’, op inventiviteit, op talenkennis en op het vermogen goed om te gaan met een veelheid van situaties. In plaats hiervan zet Nederland in op cognitieve vaardigheden en excellentie. Plusklassen, verrijkingsprogramma’s, Leonardo onderwijs zijn aan de orde van de dag. Om economisch succesvol te zijn gaat het echter niet om aandacht voor een kleine groep toptalenten maar voor de brede groep.

Investeren in jonge kinderen

Investeren in jonge kinderen loont. De VVE doet het in dit verband goed, de kinderopvang dient meer kwaliteit te ontwikkelen t.b.v. de bijdrage aan de ontwikkeling van kinderen. Dit kan door het opstellen van een kwaliteitskader en door het verbeteren van het opleidingsniveau van medewerkers. In veel andere landen is het gebruikelijk dat kinderen vanaf 3 jaar naar school gaan, in Nederland begint de leerplicht op 5 jaar.

Investeren in kwaliteit

Het Nederlandse basis- en voortgezet onderwijs kent volgens de WRR het structurele probleem van middelmatige kwaliteit. Er doet zich een vreemde paradox voor: het opleidingsniveau van ouders op het schoolplein stijgt en het opleidingsniveau van leerkrachten daalt. De Onderwijsinspectie beoordeelt inmiddels bij een op de vijf leraren in het PO ten minste één van de basisvaardigheden als onvoldoende. Een serieuze stap vooruit zou de principiële keuze zijn om leerkrachten voor het basisonderwijs academisch te laten vormen. Een tweede stap vooruit is het vergroten van het lerend vermogen van scholen door het inzichtelijker maken van kwaliteit op een manier die uitnodigt tot vernieuwing. Let op: inspectienormen betreffen slechts de ondergrens. Er is behoefte aan ruimte om te experimenteren en te leren. Hierbij is het van belang dat docenten les gaan geven met de deur open: men kan elkaars lessen bijwonen en gezamenlijk lessen voorbereiden.
Meer lezen? Lees dit artikel op WWR.nl.